Triatlon-eindtijd berekenen
Van een achtste tot de hele: vul je zwemtempo, fietssnelheid en looptempo in en zie je splittijden, je eindtijd en waar de tijd werkelijk verdwijnt.
Wielerkompas · Triatlon · Eindtijd berekenen
De meeste mensen schatten hun eerste triatlontijd te optimistisch in, en bijna altijd op dezelfde twee plekken: de wissels en de loop. Deze module rekent beide gewoon mee.
De afstanden
| Afstand | Zwemmen | Fietsen | Lopen |
|---|---|---|---|
| Achtste (1/8) | 500 m | 20 km | 5 km |
| Sprint | 750 m | 20 km | 5 km |
| Kwart (1/4) | 1.000 m | 45 km | 10 km |
| Olympisch | 1.500 m | 40 km | 10 km |
| Halve (70.3) | 1.900 m | 90 km | 21,1 km |
| Hele (140.6) | 3.800 m | 180 km | 42,2 km |
In Nederland en Vlaanderen wordt vaak in achtsten en kwarten geprogrammeerd, terwijl de internationale wedstrijden sprint, olympisch, 70.3 en 140.6 aanhouden. Een achtste triatlon is bij uitstek de afstand om mee te beginnen: hij is kort genoeg om zonder maandenlange voorbereiding uit te rijden.
Realistische invoer, geen wensdenken
Zwemmen
Neem je tempo uit het zwembad en doe er tien tot twintig seconden per honderd meter bij. Open water is langzamer: geen muur om af te zetten, golven, koud water, andere mensen tegen je aan, en oriëntatie die je uit je ritme haalt. Reken bij je eerste wedstrijd op de bovenkant van die marge.
Fietsen
Pak je gemiddelde van een solo-duurrit en trek er één tot twee km/u af. Je begint met armen die net gezwommen hebben en je moet nog een loop over. Op de meeste wedstrijden mag je bovendien niet in het wiel zitten, dus dat gemiddelde uit de clubrit telt niet.
Lopen
Hier gaat het het vaakst mis. Reken op 15 tot 30 seconden per kilometer langzamer dan een losse duurloop over dezelfde afstand. Bij de hele triatlon is dat verschil nog groter. Wie op zijn normale 10-kilometertempo begint te lopen, staat na drie kilometer stil.
Wissels
Twee minuten voor T1 en anderhalve minuut voor T2 is realistisch voor iemand die het een paar keer geoefend heeft. Zonder oefening kost T1 met een wetsuit makkelijk drie tot vier minuten. Bij een sprinttriatlon is dat vijf procent van je totale tijd — de goedkoopste winst die er is.
Reken vooruit, niet achteruit. Bepaal je eindtijd uit tempo’s die je in training echt hebt gehaald. Een doeltijd kiezen en daar tempo’s bij verzinnen is de kortste weg naar een slechte dag.
Waar de tijd zit
Vul een olympische afstand in met gemiddelde waarden en je ziet meteen wat de moeite waard is: het fietsen beslaat ruwweg de helft van je tijd, het lopen een derde, en het zwemmen ongeveer een zesde. Als je beperkte trainingsuren hebt, weet je daarmee waar ze het meeste opleveren — al blijft zwemmen de discipline waarin techniek het snelst tijd wint.
Verder
Een schema dat naar deze afstand toewerkt maak je met de schemagenerator. Wat je onderweg moet eten en drinken staat in voeding per uur. Alle achtergrond over wedstrijden in Nederland en België vind je op de triatlonpagina.