Wedstrijden en toertochten

Een startbewijs kopen is de beste training

Niets zet je zo snel op de fiets als een datum die vastligt. Deze pagina helpt je er een kiezen in Nederland of Vlaanderen — en vertelt waar de actuele kalenders staan, want die houden wij niet bij.

Wielerkompas · Wedstrijden

Het seizoen in grote lijnen

De data verschuiven per jaar, maar het ritme van het seizoen ligt in de Lage Landen behoorlijk vast. Zo ziet een gemiddeld jaar eruit:

PeriodeWielrennenTriatlon
November – februariRustperiode, kracht, binnen fietsen, crossZwemtechniek en looptraining; het water is te koud
Maart – aprilKlassieke toertochten, veel kilometers, eerste wedstrijdenDuatlons als opstap; de eerste binnenzwemwedstrijden
Mei – juniHoogseizoen toertochten, criteriums, hoogtepunt van de vormStart van het buitenseizoen; achtste en sprintafstanden
Juli – augustusBergweken, granfondo’s, meerdaagse tochtenHoogseizoen: olympisch, kwart en de halve afstanden
September – oktoberNajaarsklassiekers en de laatste lange rittenLaatste wedstrijden; water op zijn warmst, lucht op zijn koelst

Wil je in juni voor het eerst starten, dan begin je dus in maart met een schema van twaalf weken. De schemagenerator rekent terug vanaf je startdatum, inclusief herstelweken en taper.

Toertochten: de klassiekers waar je zelf op kunt rijden

Een aantal grote koersen kent een toerversie waar iedereen zich voor kan inschrijven. Ze staan hier zonder datum — kijk voor de actuele editie altijd bij de organisatie zelf.

  • Amstel Gold Race Toerversie (Zuid-Limburg, voorjaar) — de grootste wielergebeurtenis op Nederlandse bodem, met routes van ongeveer 65 tot 240 kilometer over onder meer de Cauberg en de Keutenberg. Duizenden toerrijders per editie.
  • Ronde van Vlaanderen — cyclo (Oost-Vlaanderen, voorjaar) — kasseien en hellingen, met kortere afstanden voor wie de Kwaremont eerst wil proeven.
  • Luik–Bastenaken–Luik en Waalse Pijl (Ardennen, voorjaar) — echte hoogtemeters op nog geen twee uur rijden van de Randstad.

Twijfel je of je zo’n afstand aankunt: reken hem eerst uit. Met de vermogen-snelheidcalculator zie je wat een helling van 6 procent bij jouw gewicht kost, en met de verzetcalculator of je verzet licht genoeg is om er in één stuk over te komen.

Je eerste wedstrijd kiezen: vijf vragen

Zwem je in open water of in een bad?

Veel vroege wedstrijden zwemmen binnen. Dat scheelt je de wetsuit, de koude schok en de oriëntatie — drie dingen tegelijk leren is veel gevraagd voor een eerste keer.

Hoe ver moet je reizen?

Een wedstrijd op een uur rijden betekent op tijd wakker worden. Twee uur rijden betekent de nacht ervoor slecht slapen. Voor je eerste: kies dichtbij.

Mag je stayeren?

Op de meeste wedstrijden niet, op sommige korte wedstrijden wel. Het bepaalt hoe je je fietsonderdeel indeelt en of een tijdritstuur is toegestaan. Staat in het wedstrijdreglement.

Is er een dagpas?

Voor één wedstrijd hoef je geen jaarlicentie. Vrijwel elke organisatie verkoopt een dagpas bij de inschrijving; check dat vooraf, want soms moet hij van tevoren.

Hoeveel weken heb je nog?

Minder dan zes: kies een kortere afstand. Meer dan twaalf: je kunt een stap omhoog. Reken het uit in de schemagenerator voor je inschrijft, niet erna.

Wat je de week ervoor regelt

  • Lees het wedstrijdreglement door — echt lezen, niet scannen. Daar staan de wetsuitregels, de stayerregels en de tijdslimieten in.
  • Rijd het parcours van tevoren als het kan, of bekijk in elk geval de in- en uitrit van het wisselpark.
  • Reken je pacing uit met de eindtijdcalculator en schrijf je splittijden op je stuur.
  • Bepaal je voeding per uur met de voedingsmodule en probeer niets nieuws op de dag zelf.
  • Zet je bandenspanning op wat je gewend bent, niet op wat de buurman zegt. De bandenspanningcalculator geeft je vertrekpunt.

Mis je een kalender die we zouden moeten noemen, of klopt een van deze links niet meer? Laat het weten — we passen het aan.